Oost Indische inkt
Oost-Indische inkt, in België ook bekend als Chinese inkt, is een lichtechte diepzwarte inkt die veel door kunstenaars wordt gebruikt. Voordat de computer zijn intrede deed op de tekenkamer werd deze inkt daar ook gebruikt voor het maken van technische tekeningen op calqueerpapier. Het is een van de oudst bekende soorten inkt.
De naam "Oost-Indische inkt" werd en wordt echter voor allerlei inkten gebruikt waar roet (lampenzwart) in zit en de meeste daarvan hadden wel degelijk Arabische gom of schellak
als bestanddeel om de film minder bros te maken. In het eerste geval
vermindert dat echter de watervastheid, schellak is zelf ook watervast.
Zelfs na eeuwen verbleekt de inkt niet omdat pure koolstof niet door het licht kan worden afgebroken. Ook op zeer afgesleten papyri en perkamenten is het nog mogelijk de tekst te lezen, al gaat dat vaak belangrijk beter met behulp van infrarood licht.
Inkt steen
Hoewel de gebruikelijke vorm van Oost-Indische inkt vloeibaar is,
kwam deze inkt vroeger in de handel in de vorm van blokjes die op een inktsteen
fijngewreven werden met water. Deze blokjes werden gevormd door het
roet met een gom te mengen, de taaie massa in stukken te snijden en deze
brokken te bakken. Traditioneel bevatte de inkt hierdoor een
gombestanddeel.
Sumi-e
Schilderen in gewassen inkt is een Oost-Aziatische schildertechniek van Chinese oorsprong. Met een penseel wordt Oost-Indische inkt in verschillende waterverdunningen aangebracht op washi-papier of zijde.
In het Chinees staat de schildertechniek bekend als shui mo hua, in het Japans als sumi-e of suibokuga.
Het schilderen in gewassen inkt was een van de belangrijkste kunsten beoefend door de Chinese literati en wordt om deze reden ook wel literati-schilderkunst ( wenrenhua ) genoemd.
Kroontjespen en kaligrafie
Een kroontjespen is een stalen schrijfpen, met een
kroonvormige verbreding, die in een penhouder wordt geklemd om te kunnen
gebruiken. De kroontjespen en andere soorten pennen werd tot in de
jaren zestig van de 20e eeuw
algemeen gebruikt. In die tijd was het de gewoonte om een nieuwe pen
eerst een paar minuten in de mond te houden (wat hem ontvet, dan blijft
de inkt beter zitten), waarna de pen in een inktpot werd gedoopt. In de pen zit een gaatje dat als inktreservoir dient.
Na het schrijven werd de pen schoongemaakt met de inktlap. De inkt droogt traag. Om vegen en vlekken te voorkomen moest vloeipapier worden gebruikt om het drogen te bespoedigen. Voor linkshandigen was het zeer lastig om vegen te voorkomen.
In de tijd van de (kroontjes)pennen hadden lessenaars of schoolbanken waaraan kinderen op school zaten een ingebouwd inktpotje met een schuifje als deksel.
Vanaf het einde van de jaren zestig is het gebruik van de (kroontjes)pen op scholen vervangen door de balpen en de vulpen.
De ontwikkeling van de kroontjespen begint in de 18e eeuw. De Engelse predikant en scheikundige Joseph Priestley heeft duizenden publicaties van zeer uiteenlopende aard op zijn naam staan. Hij had een forse hand van schrijven, waardoor hij heel veel ganzenveerpennen
gebruikte. Hij vroeg zijn vriend, de ringenfabrikant Samuel Harrison,
of deze niet een ganzenveer van staal kon namaken. Harrison
experimenteerde wat en kwam in 1780 met een eerste stalen pen.
Ruim 25
jaar later werden soortgelijke pennen in de handel gebracht door
verschillende fabrikanten. Het type kroontjespen was enorm populair in Nederland, maar er waren ook veel andere soorten stalen schrijfpennen.
Kaligrafie
In Europa werd het kalligraferen aanvankelijk uitgevoerd door slaven (Romeinse Rijk), later na de doorbraak van het christendom door monniken in kloosters. In de latere middeleeuwen ontstonden er gilden voor kalligrafen en verluchters (zij maakten versieringen bij het letterwerk). Verschillende stijlen van kalligrafie zijn te onderscheiden, waaronder Gotisch, Romaans, Karolisch en Beneventaans.
Sinds 1850
herleefde de belangstelling voor de kalligrafie. Eerst als hobby, maar
allengs ontwikkelde de kalligrafie zich tot een zelfstandige kunstvorm.
Vaak wordt bij het kalligraferen gebruikgemaakt van een 'brede pen', een
pen die in dwarse richting een smalle, maar in lengterichting een brede
streep trekt. De brede pen is afgeleid van de vorm van de rietpen (gebruikt op papyrus tot ongeveer 300 na Chr.) en de ganzenveer (gebruikt op perkament en vellum, vanaf ongeveer 300) die een vergelijkbaar schrijfgedrag heeft, maar veel vaker in de inkt
moet worden gedoopt, en waarvan de lijn meer varieert met de
hoeveelheid inkt die er nog op zit. Tegenwoordig wordt ook wel de
trekpen als schrijfgereedschap gebruikt. Veelgebruikte inktsoorten zijn Oost-Indische inkt en lichtechte gepigmenteerde inkten die watervast opdrogen.
Ecoline
Ecoline is een vloeibare aquarelverf. Het hoort bij de niet-watervaste inkten en is in veel kleuren verkrijgbaar.
Het is transparant en heel goed mengbaar.
Ecoline is vooral met water verdund zo vloeibaar dat men het kan
gebruiken door met een tandenborstel over een zeef te wrijven en
zodoende de ecolinedruppeltjes op het papier te laten vallen.
Hiervoor
zijn speciale spatramen verkrijgbaar, platte stukjes dun metaalgaas in
een metalen frame.
Hetzelfde effect wordt verkregen door de
tandenborstel met de haren omhoog te houden en er met een aardappelmesje
overheen te schrapen. Dit is een goed alternatief bij gebrek aan een
zeef of spatraam. Hierbij kan men ook sjablonen gebruiken. Plekken waar
een sjabloon ligt blijven dan wit, zodat er afdrukken ontstaan in de
druppelregen.
Het is wel raadzaam om de tafel waarop men dit doet af te
dekken met oude kranten of een plastic kleed, zodat daar geen spetters
op komen.
Ecoline is ook heel handig bij orizomegami, ook wel orizomeishi
genoemd. Dit omdat het Japanse papier waarop men dit meestal doet
vloeibare verf zeer goed absorbeert.
Ecoline wordt vaak gebruikt op school voor vakken met kunst.
Ecoline is tegenwoordig in diverse vormen te koop, zoals in potjes, markers, stiften.
Balpen
Een balpen is een pen die met een bal of kogel de inkt op het papier overbrengt. In Duitsland noemt men een balpen dan ook Kugelschreiber ('kogelschrijver'). Andere in Vlaanderen of Nederland gangbare benamingen voor een balpen zijn 'bic', 'kogelpen', 'stylo' of 'ballpoint'.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de Britse R.A.F. (Royal Air Force) behoefte aan een pen die op grote hoogte lekvrij gebruikt kon worden. De gewone vulpen was hiervoor onbruikbaar. De Britse regering besloot daarom om de licentierechten van de Biro Pens aan te kopen. De pennen kwamen ook bij andere krijgsmachtonderdelen in gebruik na de succesvolle introductie ervan bij de RAF, waardoor hun bekendheid groeide.
Het principe van de balpen dateert van 1888. De Amerikaan John J. Loud had toen een patent aangevraagd voor een soortgelijk apparaat om leer te merken. Dit patent werd echter nooit commercieel gebruikt omdat een goede inkt hiervoor ontbrak.De balpen om mee op papier te schrijven is uitgevonden door de Hongaarse journalist László Bíró.
Gefrustreerd door de tijd die hij verspilde met het veelvuldig vullen van zijn vulpen, de vlekken die hij maakte en het krassen van deze pen op het papier, waarbij het papier soms scheurde, besloot hij een pen te ontwikkelen die hieraan een einde maakte.
Bij het bezoek aan een drukkerij merkte hij op dat de bij het drukprocedé gebruikte drukinkt zeer snel en zonder uitlopen opdroogde, waardoor het papier vlekkeloos bleef. Deze inkt had echter een zeer hoge stroperigheid en was daardoor onbruikbaar in een gewone vulpen.
Om toch deze inkt te kunnen gebruiken, diende hij een nieuw type pen te ontwikkelen. Hij deed dit door een kogeltje te plaatsen aan het uiteinde van de pen. Dit kogeltje draait tijdens het schrijven en laat daarbij een inktspoor achter op het papier; terzelfder tijd sluit het het inktreservoir af van de buitenlucht, zodat uitdroging en lekkage worden vermeden.
Zijn eerste model presenteerde Bíró in 1931 op een internationale tentoonstelling in Boedapest.
Het systeem werd in 1938 gepatenteerd. In juni 1943 vroeg László Bíró samen met zijn broer Georg een nieuw patent aan en brachten zij de eerste commerciële versies van de balpen, Biro Pens genaamd, op de markt.
Deze pennen waren echter niet erg bruikbaar, ze lekten snel en gaven veel vlekken op het papier.
In 1846 werd de beroemde juweliersfamilie Cross gevraagd om de buitenzijde van een pen te ontwerpen.
Cross wordt gezien als een van de oudste producenten van schrijfinstrumenten uit de Verenigde Staten.
Nog altijd bevindt het bedrijf zich in Lincoln (Rhode Island). In 1945 was Cross de eerste producent die een balpen op de markt bracht die niet lekte. De techniek van deze pen is nog steeds in gebruik.
Bron: wikipedia